De architect aan het woord

(Artikel gepubliceerd in Beers Magázien oktober 2017)

Architect Mauro Poponcini over het nieuwe gebouw en het omliggend parkterrein

Beers MagàZien ging in gesprek met architect Mauro Poponcini van POLO Architects over het ontwerp voor het park en het nieuwe dienstverleningscentrum. Een boeiend verhaal.
 

BMZ: Een dergelijk complex gebouw ontwerpen, dat heeft allicht veel voeten in de aarde?

Mauro Poponcini: Bij zo’n ontwerp ga je inderdaad niet over één nacht ijs. Eerst en vooral hebben we ons verdiept in het ruime programma van eisen dat we vanuit de gemeente doorkregen. Zo staan er bijvoorbeeld de wensen opgesomd naar het aantal ruimtes dat ingetekend moet worden, welke functionaliteiten die ruimtes moeten hebben en of er bepaalde relaties tussen de lokalen belangrijk zijn. Maar ook over hoeveel licht elk lokaal nodig heeft, waar er loketten moeten zijn met welke apparatuur, enzovoort. Bovendien worden ook de duurzaamheidseisen en tal van technische bepalingen opgesomd.

Anderzijds kijk je, eerst en vooral, heel kritisch naar de site: wat kan hier, wat is hier gepast? Een gebouw staat immers niet op zichzelf. Wat deze opgave zo bijzonder maakte, was de vraag om een behoorlijk groot programma in een park onder te brengen, op een gevoelige locatie.
 

BMZ: Het park waar het nieuwe gebouw komt, ligt onze inwoners inderdaad nauw aan het hart. Hebben jullie daar voldoende aandacht aan besteed?

Het was ons inderdaad snel duidelijk dat deze opdracht vele Beersenaren ver van onbewogen laat. We hebben daar maximaal rekening mee gehouden in het ontwerp, maar we zagen zelf ook al snel dat die locatie juist heel wat kansen biedt voor Beerse.

We zien een nieuw dienstverleningscentrum bij Tempelhof zeker niet als de zoveelste stap in de verstedelijking van de gemeente, maar juist een herontdekking van het wezen en van de oorsprongen van het dorp. Ons ontwerp is geen aantasting van het groene hart, maar juist een logische aanvulling, waarin we versterken wat kwetsbaar, uniek en waardevol is. We hopen dan ook dat de Beersenaar die overtuiging vertaald ziet in het ontwerp dat nu voorligt.

BMZ: Hoe zijn jullie dan concreet aan de slag gegaan met die groene ruimte in ons centrum?

We zijn, samen met onze partners van OMGEVING, gestart met een inventarisatie van de bomen en het groen op de site. Ook hebben we direct gezocht naar interessante zichtlijnen, bestaande looplijnen en naar mogelijkheden om nieuwe verbindingen te maken waardoor het park als geheel beter gaat functioneren. Ook de ontstaansgeschiedenis van de plaats probeerden we goed te begrijpen. Uit dat onderzoek is het idee ontstaan om uit meerdere hoven één park te maken, zonder de eigenheid van elke tuin te verliezen.

Het nieuwe dienstverleningscentrum hebben we vervolgens zo ontworpen dat het op een slimme manier in de groene omgeving past. Dat doen we bijvoorbeeld door het gebouw op te bouwen uit verschillende paviljoenen die we tussen de mooiste bestaande bomen inplanten. Zo slagen we er in om die bomen maximaal te bewaren. Aan de schitterende oude rode beuk aan Tempelhof raken we zeker niet, die krijgt zelfs een prominente plaats in het omgevingsontwerp.

BMZ: Jullie laten het gebouw en het park dus eigenlijk in elkaar overlopen?

Ja, dat is de bedoeling. We hebben geprobeerd om een gebouw te maken dat zich behoedzaam nestelt tussen de bomen en ander groen in. Op die manier laten we de grenzen tussen het gebouw en het park vervagen, zodat je het park ook echt beleeft vanuit het nieuwe dienstverleningscentrum.

Het wordt een huis boordevol ontmoetingen, gesprekken en samenzijn: een woonkamer die niet alleen zicht heeft op het park, maar er echt deel van uitmaakt.

Het Koetshuis blijft een apart volume. We maken het gebouwtje open zodat het straks de poort vormt om de rest van het park te ontdekken.

“ Wat een ongelooflijk potentieel heeft Beerse in het hart van zijn gemeente met de groene ruimtes! Alleen heeft het park nood aan een publieke programmatie om het betekenisvol te ontsluiten. Dat is voor ons de uitdaging van dit project. Een publieke ontsluiting uitwerken mét en vóór de inwoners. De potenties van het park vormden voor ons het startpunt voor het ontwerpproces. ”
Mauro Poponcini, architect

BMZ: Jullie slaagden er ook in om Tempelhof te integreren in het nieuwe gebouw.

De integratie van Tempelhof, dat nota bene een tijd lang het gemeentehuis van Beerse was, was inderdaad één van de eisen die de gemeente opnam in het bouwprogramma.

Omdat het een karaktervol gebouw is waarin je ook het oude landhuis van de familie Van Nyen nog duidelijk herkent, vonden we het voor de hand liggen om hier het nieuwe Huis van het Kind onder te brengen: zo wordt het ook echt weer een ‘huis’, een aparte kleine wereld, weliswaar goed geïntegreerd met de rest van het gebouw. De in ere herstelde achtergevel van Tempelhof vormt zo bijvoorbeeld één van de wanden voor de exporuimte van het nieuwe gebouw.

We voeren de gevels van het nieuwe gebouw ook bewust uit in baksteen die qua tonaliteit aanleunt bij het metselwerk van Tempelhof. Baksteen sluit trouwens mooi aan bij het materiaalgebruik in de omgeving én het is natuurlijk een knipoog naar het steenbakkersverleden van Beerse.